Kitty

KittyAl van kinds af aan “heb ik iets” met bijen.  Alhoewel ze klein en grappig zijn dwingen ze mijn respect af; wat een geweldige insecten!
In de afwezigheid van een baas of bazin (de koningin heeft niets te vertellen!) krioelen ze met zijn tienduizenden door elkaar in het pikkedonker en werken kennelijk heel goed samen. Broed, stuifmeel en honing liggen perfect geordend in de raten. Ze zorgen ook goed voor elkaar: Kom je een soortgenoot tegen die honger of dorst heeft dan overhandig je (door te kussen) gewoon wat voer uit je gemeenschappelijke honingmaag of watertank. En zie je een bij met iets hinderlijks in zijn vacht waar hij zelf met zijn pootjes niet bij kan? Nou dan poets je hem toch gewoon even schoon ! Ze heten niet voor niets: sociale insecten en bezige bijen. Doelgericht en gedreven maar tegelijkertijd ook met een groot aanpassingsvermogen aan de vraag en aanbod van dat moment.

Om iets te kunnen ervaren van het subtiele gedrag van bijen hoef je eigenlijk maar een paar minuten voor een bijenkast te gaan zitten observeren.

Op warme dagen is het een komen en gaan van bijen op de landingsbaan voor het vlieggat. Met een rotvaart en een enorme behendigheid en timing, komen de oudere , ervaren haalbijen rechtstreeks het vlieggat ingevlogen (je herkent ze ook aan hun verlies van haren, ze zijn kaler). Elke haalbij heeft zo haar eigen taak: water halen of nectar of stuifmeel of boomharsen. Het grappigst vind ik de stuifmeel-haalbijen: zij hebben hun korfjes aan de achterpoten helemaal propvol gestouwd met stuifmeel in allerlei kleuren: meestal geeltinten maar ook rood, paars bruin en groen. De stuifmeelkorfjes steken links en rechts enorm uit en lijken nog het meest op overvolle fietstassen.. Maar je ziet ook jonge onervaren haalbijtjes hijgend en puffend aankomen, met korfjes die maar voor een klein beetje gevuld zijn. Niet zelden vliegen deze nieuwkomers per ongeluk tegen de kast aan in plaats van beheerst te landen. Vermakelijk om te zien is ook de portier-bij die nogal nerveus over de vliegplank kan lopen en elke nieuwe bij die naast hem landt, besnuffelt op de juiste feromonen (geurstoffen).. is deze bij wel van ons eigen volk? Soms kun je hem zelfs op zijn achterpoten zien staan om het luchtruim af te speuren. Maar vergis je niet in de integriteit van de portiers; ze laten zich gemakkelijk omkopen met een druppel lekkere honing van een infiltrant! Af en toe zie je ook wel eens een schoonmaak-bij naar buiten komen die wat afval of een dode soortgenoot over de rand heen kiept. Opgeruimd staat beter..
En dan heb je niet eens in de kast gekeken ! Er wordt daar gedanst in het pikkedonker op daarvoor speciaal aangewezen dansvloeren en driftig gecommuniceerd : waar vind je de bloeiende planten buiten in het veld? Er wordt ook gezamenlijk bijenwas gezweet en er worden nieuwe raten gebouwd, larven gevoerd, nectar ingedampt enz enz. Ongelooflijk dat het allemaal zo gesmeerd loopt.

Een van mijn eerste leesboekjes die ik van mijn moeder kreeg was: “ Immeke de honingbij ”een educatief boekje voor kinderen in verhaalvorm geschreven waarin Immeke, een net geboren bijtje , allerlei opwindende avonturen beleeft. Tijdens mijn studie biologie aan de Landbouwuniversiteit volgde ik natuurlijk alle entomologievakken die er toen gegeven werden, inclusief een heus vak Bijenkunde bij dhr. Beetsma. Nu , tientallen jaren later, vertel ik aan mijn leerlingen op het Karel de Grote College in Nijmegen, regelmatig over bijen .

Veel biologische verschijnselen zijn heel goed uit te leggen aan de hand van bijen: ecologische processen natuurlijk , maar ook gedrag, de zintuigen, de erfelijkheidsleer, en de evolutie. En er valt van alles te bekijken en te proeven. Zo smaakt de voorjaarshoning totaal anders dan de zomerhoning van een en hetzelfde volk ( andere bloemen, dus andere honing). Voor sommige leerlingen is dit echt een eye-opener om de samenhangen in de natuur ook daadwerkelijk te gaan ervaren! Het leefgebied van de bij beslaat een cirkel van wel 6 km rondom de kast!
En dan nu , maart 2014,  zijn mijn bijen verhuisd naar de prachtige educatieve bijenstal op de Wielewaal. Ik hoop van ganser harte dat we hier de jonge kinderen, die komen leren hoe alles groeit en bloeit op de tuin, ook verwondering voor de honingbij kunnen bijbrengen.
Al spelenderwijs, of heel gericht door speciale bijenlessen.. kijkend, luisterend met je oor op de kast, proevend en ruikend. En misschien wel , als klap op de vuurpijl , doordat ze getuige kunnen zijn van een grote bijenzwerm of van het ”tuten en kwaken “van de pas geboren koninginnen . Dat vergeet je toch niet gauw.

Kitty Langenfeld: kitty@bijendichterbij.nl